Slecht slapen in de overgang voelt vaak alsof uw lichaam ineens de regels verandert.
Misschien wordt u om 03:00 wakker door een opvlieger. Misschien moet u het dekbed wegschoppen, later juist weer zoeken naar warmte, en daarna ligt u nog lang wakker terwijl het zweet alweer is opgedroogd. Veel vrouwen die vroeger zonder moeite sliepen, krijgen in de perimenopauze of menopauze ineens last van gebroken nachten.
Opvliegers en nachtzweten spelen echt een rol. Maar bij chronische slapeloosheid is er vaak een tweede laag: de hormonale prikkel kan de slapeloze nacht starten, terwijl aangeleerde slaapgewoonten en zorgen over slaap het probleem blijven voeden.
Daarom is Cognitieve Gedragstherapie voor Insomnie (CGT-I) zo relevant bij slecht slapen tijdens de overgang.
Waarom de overgang uw slaap kan verstoren
Tijdens de perimenopauze schommelen oestrogeen en progesteron. Die veranderingen kunnen samengaan met:
- opvliegers
- nachtzweten
- vaker wakker worden
- lichter slapen
- meer spanning of piekeren
- stemmingswisselingen
In het begin is de oorzaak meestal duidelijk. Een opvlieger maakt u wakker. Uw slaapkamer voelt te warm. Uw hartslag gaat omhoog. U draait zich om, drinkt wat water of verschoont uw shirt.
De lastige vraag is wat er daarna gebeurt.
Wanneer het slaapprobleem losraakt van hormonen
Stel: u wordt om 02:40 wakker door nachtzweten. Tien minuten later is uw lichaam weer afgekoeld.
Maar uw hoofd is al begonnen:
Waarom word ik alweer wakker?
Morgen wordt zwaar.
Ik moet nu echt slapen.
Veel vrouwen gaan dan langer in bed liggen om slaap "in te halen", kijken vaker op de klok, slapen uit in het weekend, doen overdag dutjes of gaan steeds vroeger naar bed uit angst voor de nacht.
Dat is begrijpelijk. Toch kan precies dat patroon slapeloosheid in stand houden. Uw brein leert dat bed niet alleen een plek is om te slapen, maar ook een plek voor controle, frustratie en wakker liggen.
De overgang kan de trigger zijn geweest. De slapeloosheid wordt daarna soms onderhouden door gedrag en gedachten rond slaap.
Wat CGT-I anders doet
CGT-I dwingt slaap niet af en behandelt de overgang zelf niet. Het richt zich op de cirkel die ontstaat na het wakker worden: langer proberen, meer controleren, meer spanning, nog minder slaap.
De belangrijkste onderdelen zijn praktisch.
Slaapdagboek
Elke ochtend noteert u uw bedtijd, geschatte inslaaptijd, nachtelijke ontwakingen, laatste wakker worden en tijd uit bed. Zo wordt een chaotische nacht meetbaar.
Slaapefficiëntie
CGT-I kijkt niet alleen naar hoeveel uur u slaapt, maar ook naar welk deel van uw tijd in bed daadwerkelijk slaap is. Dat kunt u ook los bekijken met onze slaapefficiëntiecalculator.
Stimuluscontrole
Als uw bed gekoppeld is geraakt aan piekeren en wakker zijn, helpt stimuluscontrole om die koppeling weer richting slaap te herstellen.
Slaaprestrictie
Slaaprestrictie klinkt streng, maar het doel is niet om u blijvend minder te laten slapen. Tijdelijk minder tijd in bed kan de slaapdruk verhogen en versnipperde slaap compacter maken.
Cognitieve therapie
CGT-I werkt ook met gedachten zoals:
- "Mijn hormonen hebben mijn slaap voorgoed verpest."
- "Als ik vannacht geen acht uur haal, functioneer ik morgen niet."
- "Ik ga nooit meer normaal slapen."
Het doel is niet om alles positief te maken. Het doel is om de dreiging rond slaap te verminderen, zodat uw lichaam na een ontwaking makkelijker terug kan schakelen.
Wat CGT-I wel en niet oplost
Wel: CGT-I pakt slaapangst, klok-kijken, onregelmatige tijden, te lang in bed liggen en de aangeleerde spanning rond wakker worden aan. Het geeft ook data: slaapdagboek, slaapvenster en slaapefficiëntie.
Niet: CGT-I stopt opvliegers niet en vervangt geen gesprek met uw huisarts of gynaecoloog. Nieuwe, heftige of onverklaarde klachten horen medisch beoordeeld te worden.
CGT-I is aangepast voor menopauzale slapeloosheid
Onderzoekers hebben CGT-I ook aangepast voor vrouwen met slapeloosheid en nachtelijke opvliegers. Die aanpak wordt vaak CBT for Menopausal Insomnia (CBT-MI) genoemd.
CBT-MI gebruikt dezelfde basis als CGT-I: slaapdagboek, slaapefficiëntie, stimuluscontrole, slaaprestrictie en cognitieve therapie. Het voegt daar uitleg aan toe over hoe vasomotorische klachten, zoals opvliegers en nachtzweten, de nacht kunnen onderbreken.
Het doel is dus niet: nooit meer wakker worden. Het doel is: voorkomen dat een tijdelijke hormonale ontwaking verandert in twee uur piekeren, forceren en controleren.
Wat het onderzoek laat zien
Een gerandomiseerde pilotstudie in Menopause onderzocht 43 peri- en postmenopauzale vrouwen met slapeloosheid en nachtelijke opvliegers. De ene groep kreeg CBT-MI, de andere menopauze-educatie.
Vergeleken met educatie alleen hing CBT-MI samen met sterkere korte-termijnverbeteringen in ernst van slapeloosheid, vertrouwen in het eigen slaapvermogen en hinder door opvliegers. De onderzoekers zagen ook dat sommige effecten na drie maanden afnamen. Dat maakt de studie niet zwakker; het laat zien dat oefenen, herhaling en goede begeleiding belangrijk blijven.
De bruikbare conclusie is nuchter: zelfs als overgangsklachten blijven bestaan, kan de slapeloosheid verbeteren wanneer de gedragspatronen en slaapgedachten eromheen worden aangepakt.
Het Nederlandse zorgpad in de praktijk
Bij aanhoudend slecht slapen in de overgang is de huisarts meestal het eerste aanspreekpunt. Die kan meedenken over overgangsklachten, medicatie, stemming, schildklierproblemen, slaapapneu of restless legs.
Als het vooral om chronische slapeloosheid gaat, is CGT-I vaak logischer dan steeds nieuwe supplementen of slaappillen proberen. Lees voor de bredere basis ook onze gids over slapeloosheid en onze gids voor het kiezen van een CGT-I-app.
Zomni gebruikt slaapdagboeken en op CGT-I gebaseerde oefeningen om patronen zichtbaar te maken en slaapvaardigheden te oefenen op uw iPhone. Het is geen vervanging voor medische zorg, hormoonadvies of een erkende CGT-I-behandelaar.
De kern
Slecht slapen in de overgang is echt. Opvliegers, nachtzweten en hormonale schommelingen kunnen uw slaap verstoren.
Maar chronische slapeloosheid blijft vaak bestaan doordat uw brein leert dat de nacht gevaarlijk, frustrerend of controleerbaar moet zijn.
CGT-I vecht niet tegen uw hormonen. Het helpt de slaapgewoonten en gedachten te veranderen die de slapeloze nacht blijven vasthouden.
Bronnen
- Arentson-Lantz EJ, et al. Cognitive behavioral therapy for menopausal insomnia in perimenopausal and postmenopausal women with insomnia and nocturnal hot flashes: a randomized-controlled pilot trial. Menopause. 2026. PubMed
- MGH Center for Women's Mental Health. CBT for Menopause: Improving Sleep and Hot Flashes Without Medication. 2026. Artikel
- American College of Physicians. ACP Recommends Cognitive Behavioral Therapy as Initial Treatment for Chronic Insomnia. 2016. ACP
- Furukawa TA, et al. Components and Delivery Formats of Cognitive Behavioral Therapy for Chronic Insomnia in Adults: A Systematic Review and Component Network Meta-analysis. JAMA Psychiatry. 2024. 10.1001/jamapsychiatry.2023.5060
Medische disclaimer
Dit artikel is uitsluitend bedoeld voor informatie en educatie. Het is geen medisch advies, diagnose of behandeling. Bespreek nieuwe of verergerende slapeloosheid, nachtzweten, hormoontherapie, medicatiewijzigingen of mogelijke slaapstoornissen altijd met uw huisarts, gynaecoloog of slaapspecialist.




